Het verhaal van Freddie en Finnie uit Christchurch
Zo, nadat ik de afgelopen weken een aantal serieuzere blogposts heb geschreven kwam ik erachter dat het onzinquotum op deze website toch ernstig uit balans is. Omdat we tegenwoordig voor alles wel regeltjes hebben geld ook op dit blog dat er zo af en toe een bak onzin tussendoor moet. Lees het huiveringwekkende verhaal van Freddie en Finnie uit Christchurch!
Freddie en Finnie waren een hecht stel. Ze waren een jaar voor die ene noodlottige dag net getrouwd, maar ze hadden nog geen geld voor een eigen viskom, daarom woonde ze nog samen met al hun broertjes en zusjes in 1 kom in Christchurch, Nieuw Zeeland. Oh wacht, dat moet ik even toelichten geloof ik: Freddie en Finnie zijn de 2 goudvissen die wereldfaam hebben behaald door het 134 dagen (en niet 133 of 135) dagen uit te houden zonder eten na de verwoestende aardbeving aldaar.
Ik heb geprobeerd contact met ze te zoeken om ze, speciaal voor jullie, te interviewen voor deze blog, maar het telefoonbedrijf wist mij te melden dat hun telefoon stuk was, waarschijnlijk door waterschade. Als je het artikel op nu.nl zo leest zou je denken dat de redacteur van nu.nl wel daadwerkelijk contact met ze heeft gehad en dat bleek inderdaad te kloppen. De nu.nl redacteur vertelde me dat ze Freddie en Finnie hadden bereikt door een oproepje in de VI te doen. De VI (Vis International) is een blad dat door bijna elke vis gelezen wordt en zo kwam het dan ook dat ik snel reactie kreeg van Finnie. Drie dagen later zit ik met mijn schrijfblokje naast een viskom.
“We dachten dat iemand onze kom aanstootte” vertelde Freddie Vis mij met grote bolle ogen toen ik vroeg hoe zij de aardbeving beleeft hadden. “Dezelfde seconde dachten we nog dat Vlekkie de kat het geweest was, doet ie vaker!”. Freddie is zichtbaar aangeslagen door de gebeurtenissen en zwemt ongeduldig heen en weer. 7 dagen later werd hen duidelijk dat het toch echt menens was omdat om 1 of de andere reden hun eten niet meer bijgevuld werd. “Normaal is dat geen probleem”, vertelt Finnie: “We zijn net hamsters en hebben altijd een koelkast vol eten en anders desnoods nog wel wat blikjes vis ofzo, maar ja, na 7 dagen waren die ook op”. “Hadden we ons net een magnetron gekocht, hadden we verdorie niets om erin te doen! We waren radeloos”, zegt Freddie.
Maar dan neemt het gesprek een vreemde wending aan. Het wordt me snel duidelijk dat Freddie een niet zo’n hoge pet op had van al zijn broertjes en zusjes die in dezelfde kom woonden: “Wij deden alles! Ze lapten zelfs niet een keer de ramen zodat we weer eens naar buiten konden kijken door onze kom, dat was toch wel nodig, want ook dankzij hun stront werd de kom er niet schoner op”. Freddie wint zich zichtbaar op. “Om zowel het hongerprobleem als het viezevissekom probleem op te lossen hadden we een oplossing verzonnen” en dan vertelt Freddie de vreselijke waarheid. Ik word er stil van en wordt er eigenlijk onpasselijk van. Wat een wreedheid zat er in deze ogenschijnlijk onschuldige visjes. “We vroegen elke week 1 van mijn broertjes of zusjes om te vragen of ze kwamen voor het eten. Ze reageerde vaak verbaasd… Eten? Dat hebben jullie toch niet? Jawel! zeiden wij dan en lieten hen die avond komen” zegt Freddie koeltjes. Finnie vervolgt: “Nou, en dan stonden ze ‘s avonds aan de deur… Strak in pak, stropdasje voor, helemaal goed. Wij hadden ondertussen de koekenpan al klaargezet”…
En dan ineens vertelt Freddie me over de koelbloedige wijze waarop hij zijn familie uitgemoord had: “Nou, dan lieten we ze binnen, boden ze een glaasje water aan en direct daarna pakte we ze vast en tilden ze boven de vissekom uit zodat ze zouden stikken. Toen dat gebeurd was gooiden we ze in de koekepan en bakte we ze op. Heerlijk! Beetje viskruiden eroverheen en we hadden genoeg voor weer een week!”. Ik wist me na deze woorden geen houding te geven… Ik zat gewoon een moordenaar te interviewen!
Direct daarna raakte ik in paniek. Ik pakte snel alles en wilde wegrennen. Bij het opstaan stootte ik per ongeluk tegen de viskom aan die daarna in duizend stukjes op de grond viel. Freddie en Finnie werden gelanceerd en lagen tussen de glasscherven en een grote plas water te happen naar adem. Ik heb het laten gebeuren…
En zo zijn we er inmiddels zeker van dat echt alle huisdieren van Christchurch de aardbeving of de gevolgen daarvan niet overleefd hebben. Ik heb er over getwijfeld of ik dit wel met jullie wilde delen, maar heb het toch maar gedaan. Zoiets knaagt toch aan je… Ik hoop dat jullie er begrip voor hebben…
Als je me echt zou kennen zou je weten dat…
Dat was de zin die centraal staat bij een Amerikaans concept dat nu ook Nederland gaat veroveren. Het klinkt als een wat zweverig zinnetje uit weer een of andere managementtraining of teambuildingsactiviteit. Maar diegenen die gisteren Over De Streep hebben gezien weten precies waar het over gaat en dat er een heel verhaal achter dit zinnetje schuil kan gaan. Degenen die dat niet gezien hebben kunnen het nog terugkijken, het is zeker de moeite waard.
Over De Streep heet in Amerika Cross The Line en is onderdeel van het concept Challenge Day. Op een Challenge Day worden jongeren uitgedaagd om verbinding met elkaar te zoeken, elkaar te leren begrijpen en te leren en accepteren dat iedereen is zoals ie is en dat wederzijds respect een groot goed is. Het is een programma van een dag, maar het is absoluut na die ene dag niet afgelopen. Die dag is slechts het begin. De bedenkers hebben een heel goed doordacht programma voor die dag neergezet die aanzet tot een vervolg. Klinkt nog steeds zweverig? Mooi! Vond ik ook voor ik van dit concept gehoord had. Lees vooral verder!
In de eerste aflevering werd er een klas van het Alkmaarse Petrus Canisius College gevolgd op een Challenge Day. Alleen de naam van de school al en het feit dat het een VWO klas betrof roept bij veel mensen (ook bij mij) al allerlei vooroordelen op. Ik gooi ze er maar gelijk even uit: Ze hebben allemaal 2 voornamen, zitten op hockey, hebben ouders met teveel geld en zijn gruwelijk verwend. Ze zijn bijdehand en denken dat ze de hele wereld aan kunnen. Nou, dat bleek dus niet het geval.
In het begin van de uitzending zou je ook haast denken dat het die kant op ging. De scholieren werden juichend binnengehaald door enkele docenten en andere volwassen vrijwilligers die mee deden. Er werd een overdreven welkomstfeestje gebouwd waardoor al snel vele scholieren zich afvroegen waar ze in godsnaam beland waren. Ze voelden zich wat ongemakkelijk door al deze aandacht en hadden geen flauw benul wat er zou gaan gebeuren. Al snel kwamen de 2 amerikaanse cursusleiders op en begonnen direct heel open en eerlijk over zichzelf te vertellen. Gek genoeg zaten alle scholieren ademloos te luisteren en vloeiden gelijk al tranen vanwege de heftige verhalen van de cursusleiders. Je kon bijna zien dat bij de scholieren begon door te dringen dat dit een dag zou worden om nooit vergeten. Ik zat al even ademloos op de bank te kijken, inmiddels met een leeg glas drinken, omdat ik me niet de tijd gunde even naar de koelkast te lopen.
En dan volgen er groepsgesprekken. In kleine groepjes gaan 4 scholieren en een volwassene met elkaar in gesprek met die ene simpele vraag: “Als je me echt zou kennen zou je weten dat…”. Ineens zit je te kijken naar een jongen die hevig geëmotioneerd vertelt over het feit dat hij de dood van zijn oma nog niet verwerkt heeft en een andere jongen die vertelt dat ie z’n vader nooit meer ziet, maar dat dat ‘m eigenlijk helemaal niets doet. De manier waarop deze gesprekken lopen is zo open en eerlijk dat ik er bijna achterdochtig van word. Waarom gooien jongeren ineens nu wel hun verhaal eruit? Verderop in de uitzending volgt nog het onderdeel “over de streep”. Waarbij de scholieren aan de hand van stellingen van de cursusleiders al dan niet letterlijk over de streep lopen. Deze stellingen zijn niet mals en gaan vaak over hele persoonlijke dingen. Dit alles gebeurd bijna in stilte en is een nogal emotioneel gebeuren. De jongen die zijn vader nooit meer zag staat bijna alleen aan de overkant als de stelling “Loop naar de overkant als je het gevoel hebt dat je nooit kind hebt kunnen zijn” voorbij komt. De klas kijkt ademloos toe en toont als snel het vooraf afgesproken “respect” teken. Het is een zichtbaar emotionele gebeurtenis en ik zit ondertussen met tranen in m’n ogen op de bank en voordat ik het weet is het alweer afgelopen. Ik blijf in een soort droevige, maar ook euforische stemming achter. Wat is dit mooi, eerlijk en puur!
En dan langzaam komen er ineens allerlei vragen naar boven. Soms hele botte en banale vragen waarbij ik me afvraag waarom ik daar uberhaupt over nadenk. Ik heb alle respect voor het Challenge Day concept en ben er inmiddels ook achter dat het een zeer zorgvuldig neergezet concept is dat ook alleen uitgevoerd mag worden door gecertificeerde mensen en daar zit ook gelijk het antwoord van een van mijn vragen: Waarom werkt dit concept? Hoe krijgen ze het voor elkaar dat jongeren nu ineens wel zichzelf bloot geven en even hun “rol” in de klas vergeten. Dat ineens die stoere jongen wel vertelt over zijn overleden oma en dat dat zeker overkomende meisje vertelt over het feit dat zij veelal bezig is met de opvoeding van haar zusjes. En hoe gaat het dan verder na zo’n dag? De dag erop is er weer een gewone schooldag, pesten ze elkaar dan weer de tent uit? En over een maand?
Het vreemde is dat ik er heel dubbel in sta. Ik heb zelf een keer een soort teambuildings activiteit meegemaakt waarbij men ook meende zo’n “over de streep” spel in te moeten zetten. Waarbij we als laatste in 1 keer met z’n allen over de streep moesten, om zo aan te geven dat we het allemaal nog wel zagen zitten met elkaar. Ik vond het zo’n vreselijk gemaakte exercitie. Zo van: Kijk ons het eens leuk hebben met elkaar en zie vooral eens hoe goed die cursusleiders ons bij elkaar gebracht hebben. Bwegh! Ik ging er al bevooroordeeld heen en kwam nog veel bevooroordeelder terug. Zo’n teambuildingsdag is niet aan mij besteed. Ik kan er niets mee.
Maar waarom werkt iets ogenschijnlijks dan bij deze jongeren wel?, geen 1 uitgezonderd. Worden we bedonderd door de camera’s en de programmamakers? Ben ik gewoon zo’n botte eikel die niet gemaakt is om mee te doen aan dit soort dingen (maar er wel naar te kijken) of houden de jongeren ons gewoon lekker voor de gek en gaan ze volgende dag elkaar weer lekker bot af zitten zeiken zoals ze altijd deden? Dat laatste geloof ik niet. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat het staat of valt met de opzet van het geheel. Het is denk ik iets dat heel specifiek past bij een schoolklas, niet bij een team collega’s. Het juichend opwachten van de jongeren heeft ook een specifieke, vooraf goed doordachte rol: Ze moeten zich welkom voelen en losgeweekt worden uit de zorgvuldig gebouwde muurtjes die ze om zich heen hebben gebouwd. De rol van cursusleider is cruciaal en dat kun je denk ik alleen als je zelf ook de nodige “bagage” bij je hebt. Challenge Day leider worden is ook een “way of life”, dat doe je niet zomaar even. Je moet er heilig in geloven. Ook dat maakt het concept ontzettend krachtig.
Ik heb in ieder geval met verbazing gekeken en hoop dat het idee snel rond gaat bij meerdere scholen. Of daar altijd camera’s bij moeten zijn vraag ik me af, maar het is in ieder geval een goede manier om in beeld te brengen wat zo’n dag behelst. Ik ga in ieder geval kijken of ik een keer mee kan doen als vrijwilliger als het hier in de buurt is, lijkt me duizend keer beter dan zo’n teambuildingsdag van mensen die het net niet begrepen hebben. Ik hou wel van dit soort dingen en ik vind jongeren nou eenmaal leuk om mee te werken (je bent docent of je bent het niet he…)
Laat maar komen die Day Of Change, ik ben er klaar voor! En jullie?
De tragedie van Utoya
Disclaimer: Onderstaande is een half fictief verhaal over de gebeurtenissen in Noorwegen en is gebaseerd op getuigenverslagen die ik gehoord en gelezen heb. Bedoeld om deze dag te omschrijven en het gevoel erbij voor eens en voor altijd vast te leggen op deze blog. Misschien lijkt het smakeloos of grof, maar het is helaas harde werkelijkheid, dat realiseer ik me maar al te best.
Badend in het zweet, met zijn hart kloppend in z’n keel wordt hij wakker. Hij kijkt naar zijn wekker die ‘m vertelt dat het nog maar 5 uur ‘d ochtends is. Shit, nog 3 uur wachten tot zijn ouders hem eindelijk wegbrengen naar het eiland Utoya waar hij een week op kamp gaat met bijna 600 gelijkgestemden.
Ineens moet het glimlachen. Zijn ouders grapten gisteren nog dat ze blij waren een weekje van ‘m af te zijn met al z’n ideologische geneuzel. Tja, andere 15 jarigen verdeden hun tijd achter hun computer met het doen van schietspelletjes of het kijken van series ofzo. Hij niet, daar had ie helemaal niets mee. Hij vond het veel intressanter om boeken te lezen of met vrienden te praten over waar het volgens hen naar toe moest met Noorwegen en hoe zij, als jonge Noorse burgers, konden zorgen dat ook over 30 jaar Noorwegen nog net zo veilig zou zijn als nu. Hij had gelezen dat zij zo’n beetje het enige land ter wereld waren waar de politie nog zonders wapens rondliep. Hij mijmerde wat verder, zich niet realiserend dat een week later zijn land er heel anders uit zou zien.
Een paar uur later vind hij zichzelf zwaaiend naar zijn ouders bij het verzamelpunt vanwaar de groep zou vertrekken naar het eiland. Zijn ouders hadden gezegd dat ze ‘m zouden missen, waarop hij ze op het hart heeft gedrukt dat ze echt niet elke avond hoefde te bellen, hij zou zich wel redden.
Hij was nog nooit meegeweest. Ook nog nooit zo lang alleen van huis geweest, maar als het er dan toch van kwam dan was dit toch wel de beste optie: Een prachtig eiland, met daarop 600 even zo prachtige jongeren. Ze hadden met zijn groepje al bedacht dat ze eiland wilden omdopen tot Utopia. Zo mooi was het er! De dagen vlogen voorbij!
Opnieuw schrok hij wakker, net als 5 dagen terug thuis gebeurde. Dit keer doordat de leiding van het kamp met trommels en vuvuzela’s binnen kwam stormen om weer een nieuwe dag in te luiden. Verdorie, het was nog veel te vroeg! Althans, zo voelde het, het was laat geworden gisteren. Het was inmiddels vrijdag en vanavond zouden zijn ouders hem weer ophalen. Stiekem mistte hij ze wel en ook veel van zijn nieuwe vrienden op het kamp mistte hun ouders, al zouden ze dat nooit zeggen.
Vroeg in de middag ontstond er wat rumoer in het kamp. Er was een aanslag gepleegd in Oslo. Wie komt er nou aan hun hoofdstad? Een gestoorde gek had een bom laten ontploffen en er was nog veel onduidelijkheid en speculatie, maar daar deed hij niet aan mee. Ze gingen ietwat bedremmeld verder met dat potje voetbal waar ze mee bezig waren.
Rond een uur of 3, hij weet het niet meer precies. Worden ze bij elkaar geroepen door de leiding. Er is een politie agent op het eiland om een controle te doen op het eiland naar aanleiding van de aanslag in Oslo. Vreemd denkt hij: “Waarom juist hier?”. Ze lopen met lichte tegenzin mee, maar balen wel, ze waren net aan het winnen met voetballen. Ze zijn melig. Zijn vrienden duwen elkaar steeds omver en ouwehoeren wat. Hij irriteert zich eraan. Het zal de combinatie van slaaptekort en verveling wel zijn, denkt hij. Na 5 dagen op zo’n kamp heb je het ook wel gezien en eigenlijk verheugt ie zich er bijna op om naar huis te gaan
Ze staan allemaal bij elkaar op het veldje bij het hoofdgebouw en in zijn ooghoek ziet hij de agent aan komen lopen. Eigenlijk heeft hij helemaal geen zin in dit verhaal en kijkt wat om zich heen. Hij ziet een paar van zijn nieuwe vrienden een eindje verderop staan en die lijken al net zo ongeïnteresseerd als hij. Wat moet de leiding wel niet van ze denken lacht hij. Hij gebaard zijn vrienden dat ze wel op moeten letten.
Dan ineens slaat de stemming om. Het gaat heel snel. Hij hoort knallen en in een reflex rent hij weg. Kinderen gillen en schreeuwen en rennen uit elkaar. Weer zo’n flauwe grap van de leiding zeker? Verdorie, hij schrok zich wezenloos en is spontaan ontwaakt uit zijn mijmerende, ietwat flauwige toestand waarin hij verkeerde. Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij vind zichzelf rennend terug op het paadje richting het strandje, waar ie al zo vaak gelopen had.
Een paar van zijn voetbalvrienden wenken hem. Ze zitten weggedoken achter een bosje. Hij kijkt hen in de ogen en ziet doodsangst. Zo had ie ze nog nooit gezien. Wat is hier aan de hand? Hij loopt er heen en gaat ook achter het bosje zitten. “Hij heeft geschoten” stamelt de jongen die een kwartier geleden nog in het doel stond. “Waarom?”, “Geen idee”. Als ze achter het bosje vandaan kijken zien ze daar enkele meiden op de grond liggen. Ze zijn verbijsterd. In de verte horen ze meer schoten. WAT IS ER IN GODSNAAM AAN DE HAND?
Af en toe zien ze andere jongeren rennen. Op een gegeven moment zagen ze heel in de verte iemand lopen die leek op een politieman. Deze man riep de jongeren in de buurt bij zich. Korte tijd daarna hoorde ze schoten en veel geschreeuw. Zou het echt? Nee, dat kan toch niet?
Op een gegeven moment besluiten ze, als de schoten dichterbij lijken te komen, ook maar weg te rennen, maar waarheen? Ze rennen via het strandje naar een soort grot en kruipen daar in. Soms is het doodstil, soms horen ze geschreeuw en tussendoor schoten, heel veel schoten.
Na ruim een uur horen ze een helikopter en zien ze boten varen. Ze besluiten naar het strandje te lopen en zien daar huilende leeftijdsgenoten, compleet verslagen, sommige bebloed. Wat heeft zich hier in godsnaam afgespeeld? Hij weet het niet, maar realiseert zich dat hij nog maar een paar bekenden om zich heen heeft. De rest van zijn voetbalmaten zijn weg… Gewoon weg! Hoe kon hij dat laten gebeuren?
Dan gaat alles als een film. Hij stapt samen met zijn drie voetbalkameraden op een boot die ogenschijnlijk toevallig aanmeert. In de verte zien ze politieboten, ze zijn bang. Gaan die ons ook neerschieten? Ze weten het niet. Totaal verslagen laten ze zich zakken op het bankje in de boot.
Eenmaal aan land zien ze vele ambulances, politiewagens en lijkwagens. Ze worden door een mevrouw in een geel hesje weggeleid. Om hen heen schreeuwen allerlei mensen met camera’s en microfoons of ze kunnen vertellen wat er aan de hand was op het eiland. Hij krijgt het allemaal amper mee. Hij kijkt even later op zijn telefoon. Tientallen gemiste oproepen. Zijn ouders, zijn opa en oma en allerlei vrienden. Waarom bellen al deze mensen hem vraagt hij zich af. Hij is zich nauwelijks bewust van de tragedie die zich heeft afgespeeld…
En dan schrikt hij weer wakker. Badend in het zweet. Heeft hij dit allemaal gedroomd? Hij begint te huilen. Zijn moeder ligt op een stretcher naast zijn bed en troost hem, al weet ze niet goed hoe. Hij voelt de pleister aan zijn been en dan weet hij het weer, hij heeft het niet gedroomd. Het was de harde wekelijkheid. Hij had de avond ervoor tot 1 uur ‘s nachts voor de tv gezeten met zijn ouders. 8 doden, verschrikkelijk! In gedachten gaat hij terug naar die middag en bedenkt zich dat hij toch veel meer schoten heeft gehoord. Hij hoopt maar dat hij het zich verbeeld heeft… Een paar uur later slaapt hij weer in, om een halfuur daarna weer gillend wakker te worden.
Als hij ‘s ochtends wil gaan ontbijten krijgt hij geen hap door zijn keel. Op de achtergrond staat de tv weer aan en vaag hoort hij iets over 80 slachtoffers. Hij hoopte het verkeerde te verstaan, maar volgens zijn vader klopte het helaas wel. Hij brak… Zijn Noorwegen, zijn Utopia, zijn vrienden! Zo wreed kapotgemaakt. Hij voelde tranen branden, de grond zakte onder zijn voeten weg en hij zakte in elkaar…
Vanaf die dag zal zijn leven nooit meer hetzelfde zijn. Op 1 dag verloor hij enkele oude bekenden en klasgenoten. Ook zijn enkele van zijn nieuwe vrienden op brute wijze vermoord. Hij had ze graag beter leren kennen, maar dat werd hem niet gegund door die ene gek. Hij kon nauwelijks normaal over straat. Bij elke knal dook hij weg en bij het zien van politie mensen brak het zweet hem uit. Hij zou nooit meer dezelfde zijn… Zijn zorgeloze leven van voor 22 juli 2011 was voorbij en dat realiseerde hij zich maar al te best. Hij plofte neer op een bankje in het park en begon te huilen…
Blog Categories
Kalender
Recente reacties
- Ruud Greven on Infobesitas
- Berend on Infobesitas
- Tobias on Infobesitas
- Ruud Greven on Infobesitas
- Michaël on Infobesitas





